donderdag 20 oktober 2011

De koekwinkel (1) – Geldgebrek

Als Mirjam voor een extra lening bij haar bank komt, krijgt ze te horen dat ze platzak is. Ze kan niet meer lenen. Dan komt de bankmedewerker met een vreemd voorstel. Ze moet de eigenaar van een koekjeswinkel van de ondergang redden. Alleen valt ze hier niet bepaald van af.

Geldgebrek


Ik wachtte op de medewerker van de bank. Hij liet mij wachten in de lobby. Terwijl ik wachtte, dacht ik terug aan de dag dat Jim mij verliet. 'Ik kan niet een lui, vet wijf blijven ondersteunen', stond er op het briefje dat een paar weken eerder op de keukentafel lag. Mijn werkloosheid deed me nu ook de das om. De rekeningen stapelden zich op.

Ik liep achter op mijn huur en kon de elektriciteit niet meer betalen. En het lukte me zelfs niet meer om mijn dagelijkse boodschappen in huis te halen. Daarom was ik naar de bank gegaan. Ik hoopte dat hij een herfinanciering voor de auto eruit wist te halen. Al wist ik wel beter. De kans was heel klein dat de bank geld zou lenen. Van een kale kip, hoe dik hij ook was, kon je geen veren te plukken.

De rok die ik droeg zat werkelijk veel te krap. Het shirt erboven stond strakgespannen. Ik hoopte dat de bankmedewerker vooral naar mijn eveneens gegroeide boezem zou staren. Dat zou hem voldoende afleiding geven om niet te letten op al het andere. Ik was namelijk enorm aangekomen sinds ik mijn baan kwijt was geraakt.


'Het spijt me', zei de bankmedewerker, Ik was met hem in een aparte ruimte gaan zitten om mijn financiële situatie te bespreken. 'U zult echt een baan moeten vinden. Alleen zo kunt u uit de impasse komen waarin u nu zit.' Ik vertelde hem dat ik werkelijk alles geprobeerd had. De tranen sprongen in mijn ogen.

Overal was hadden ze me geweigerd. De ene afwijzing na de andere viel op de deurmat. Ook aan de telefoon waren de medewerkers hrm onvermurwbaar. Nergens wilden ze me hebben. Niemand had me nodig. 'Een momentje', zei de medewerker. 'Ik geloof dat ik net op de gang hoorde dat iemand een medewerker zoekt.'

De bankmedewerker liep weg en kwam even later weer terug. 'Mijn collega weet er meer van. Je kunt even bij hem langsgaan. Het gaat om een grote klant van ons, maar hij is nogal eigenaardig. Vandaar dat ik het niet kan vertellen.' Ik liep naar zijn collega een verdieping lager. Hij stond al te wachten in de deuropening en begroette mij enthousiast. Ik kreeg een kop koffie van hem aangeboden.

'Ja', zei hij toen ik goed zat. 'Het is een man die uit Azië komt en een aantal jaren geleden met zijn familie in ons stadje is komen wonen. Hij kocht van zijn weinige spaargeld een winkeltje hier een eindje vandaan. Sindsdien verkoopt hij daar koeken. Hij verkoopt koeken in alle soorten en maten. Donuts, stroopwafels, gevulde koeken, kleine cakejes, roze koeken, bokkenpootjes, speculaas en krakelingen. Hij verkoopt het. Het blijkt een gouden greep te zijn. Hij verkoopt koeken met een kop koffie erbij. In alle soorten, maten, kleuren en smaken.'

Daar lag volgens de bankmedewerker ook het probleem. 'De koeken zijn goedkoop in te kopen', zei hij. 'Als je zo'n uitgebreid assortiment hebt, moet je meer inkopen dan je zult verkopen. Op wat je overhoudt, heb je weinig verlies. Koeken zijn heel goedkoop te maken. Daarom koopt mijn klant ze uitgebreid in. Door zijn brede aanbod, houdt mijn klant flink wat koeken over aan het einde van de dag. De koek is niet snel op bij hem.'

Ik nam een slok van mijn koffie. Wat was nu eigenlijk het probleem waar de klant en de bankmedewerker mee worstelden? De zaken liepen voorspoedig. Er was geen enkel probleem, leek mij. De bankmedewerker ging echter verder met de zaak. Hij bood me een gevulde koek aan die op het schaaltje lag. Ik had de koek op voordat ik er erg in had. 'Je houdt van koeken, zo te zien', zei hij. 'Dat komt namelijk erg goed uit.'

Hij pakte weer de schaal en bood me een 2e koek aan. Dit keer nam ik een heerlijke roze koek. De glazuurlaag smaakte heerlijk en ik genoot van het glazuurlaagje bovenop. 'Die klant van mij heeft namelijk een probleem', vervolgde de bankmedewerker. 'Meneer Mazachma, want zo heet hij. Is lid van een bepaalde religie, die verbiedt dat je iets eetbaars zomaar weggooit. Het mag ook niet worden opgevoerd aan dieren. Wat bestemd is voor mensen, moet door een mensenmond.'

De bankmedewerker ging verder. Ik nam een 3e koek van de schaal. 'Ik heb het ook niet verzonnen. Maar zijn geloof schrijft dat nu eenmaal voor. Ook mag je eten niet zomaar weggeven aan anderen. Overvloedigheid staat helemaal buiten kijf. Kortom, hij zit met al dat eten. Zelf kan hij het niet opeten en ook niet weggeven.'

'Daarom moet hij waarschijnlijk zijn winkel sluiten. Hij mag geen eten weggooien of weggeven. Hij kan de overgebleven donuts ook niet zelf opeten, want anders dan leeft hij te overvloedig. Hij en zijn gezinsleden probeerden de laatste tijd zelf zoveel mogelijk op te eten, maar ze zijn in korte tijd flink aangekomen. Meneer Mazachma is nu bang dat mensen van zijn religie dit ontdekken en dat hij uit moet treden. Dat zou een ramp voor hen zijn.'

Ik knikte en nam dit keer een donut van de schaal. Tjonge, die lekkere dingen gingen er bij mij in als koek. 'Wat is het probleem?' vroeg ik. 'Ik heb gepraat over de problemen met meneer Mazachma', antwoordde de bankmedewerker. 'Hij ziet namelijk geen uitweg meer en zegt te moeten stoppen. Dat zou doodzonde zijn. Ik denk graag met mijn klanten mee en de oplossing hoeft volgens mij niet zo moeilijk te zijn.'

'We kunnen het oplossen door iemand aan te nemen die de overgebleven koeken opeet. Je taak is heel eenvoudig: je gaat iedere dag naar de winkel van meneer Zahn en je eet op wat er overgebleven is van de vorige dag. Het moet wel in de winkel gebeuren. Dat schrijft de religie voor. Je kunt dus niks mee naar huis nemen. Als alles op is, kun je naar huis.'

Ik vond dit aanbod ongelooflijk. Normaal zou ik hard zijn gaan lachen. Dit was te belachelijk voor woorden: eten en geld krijgen om te eten! Wel klonk het aanbod erg eenvoudig. Ik had het geld hard nodig en een donut of gevulde koek ging er altijd wel in. Ik wist natuurlijk niet om wat voor een hoeveelheden het ging, maar het klonk niet verontrustend. Ik kon de baan gewoon nemen en stoppen als ik iets anders gevonden had. 'Het klinkt niet slecht', zei ik.

'Dat geloof ik graag', zei hij. 'Volgens mij ben je niet vies van een koek.' Hij wees naar de lege schaal waar de koeken op hadden gelegen. De zesde en laatste koek van de schaal verdween juist in mijn maag. Ik slikte hem weg met de laatste slok koffie. 'Wanneer kan ik beginnen?' vroeg ik. Ik wreef over mijn dikke buik en liet een zacht boertje. 'Nou, ik moet er dadelijk heen', zei de bankmedewerker. 'We kunnen dan samen even langs gaan. Als meneer Mazachma wat in je ziet, dan kun je gelijk beginnen. Het probleem is nogal urgent, moet je weten.'

De medewerker pakte gelijk de telefoon en belde naar meneer Mazachma. 'We gaan er vanmiddag samen even langs', zei hij. Hij was heel opgelucht. 'Zorg wel dat je een gaatje hebt', grapte hij. Ik knikte en ik wreef over mijn volle buik. Het voelde aangenaam om hem weer goed gevuld te hebben. Ik liet er per ongeluk nog een zacht boertje bij. Dik en tevreden waggelde ik even later het kantoor uit.

Lees deel 2 van De koekwinkel: Proefopdracht »

2 opmerkingen: