donderdag 15 september 2011

Bakkersvrouw (1) - Even proeven

Jenny trouwt met de banketbakker Jean. Hij neemt altijd lekkers voor haar mee naar huis. Als hij de bakkerij van zijn baas Luuk overneemt, moet Jenny hem helpen.

Even proeven


Hij maakte zulke heerlijke taarten. En Jean gaf me soms de lekkerste bonbons, zoet en vol. Ik had hem leren kennen in de discotheek een dorp verderop. Niet erna trouwden we. We kregen een zoontje Henri.

Eerst woonden wij bij zijn moeder in huis. Zijn moeder is flink van postuur, eigenlijk dik. Ook zij kan genieten van de taarten van haar zoon. Hij kwam thuis van het werk – hij werkt bij een banketbakkerij – en liet haar en mij van het snoepgoed proeven. 'Wat maakt mijn zoon toch een lekkernijen', zei ze terwijl ze nog een stuk nam. 'Hier neem nog een stuk', zei ze tegen mij. Zelf at hij er nooit van. Hij hoefde al die zoetigheid niet. 'Ik houd er niet zo van', zei hij.


Op een avond kwam hij thuis, hij had wat zelfgemaakte bonbons meegenomen. 'Luuk stopt ermee', zijn gezicht stond somber. 'Geen van zijn kinderen wil de zaak overnemen, maar hij vindt het eigenlijk wel welletjes.' Naast Luuk en Jean werkte de vrouw van Luuk in de zaak. Luuk werd bijna 70 en had genoeg van het vroege opstaan. Bovendien liet zijn gezondheid hem meer en meer in de steek. Hij had vorige week een appartement gekocht in de stad en wilde er over een maand intrekken.

'Dan houdt het voor mij op', zuchtte Jean. Ik keek hem liefdevol aan. 'We zien wel. We leven goedkoop en ik werk ook.' Ik werk in de kinderopvang. Sinds de geboorte van hun zoontje Henri, werk ik weer veel uren. Dat kan ook, want zijn moeder zorgt voor het kind als ik werk.

De volgende dag kwam hij helemaal gelukkig thuis. 'Luuk heeft gevraagd of ik de bakkerij wil overnemen. Hij vindt dat ik dat wel zou moeten kunnen.' Ik gaf hem een knuffel. Hier lag een mooie kans voor ons. We zouden dan in het huis van Luuk gaan wonen en ik zou dan in de zaak gaan staan. Ik moet dan stoppen met het werk in de kinderopvang. Op drukke dagen mogen we Henri naar mijn moeder brengen, die woont immers in het andere dorp waar we gaan wonen.

De specialiteit van de bakkerij van Luuk was chocolade. Ik ben gek op chocolade. Het was geen slechte deal om die zaak over te nemen. Het idee om daar te gaan werken wond me zelfs een beetje op. Overal chocolade. Dat klonk als het paradijs op aarde. Natuurlijk moest ik opletten, dat wist ik ook wel. De 15 kilo die ik aankwam bij de zwangerschap, was ik net weer kwijt. Daar was ik onwijs trots op, mijn oude figuurtje was min of meer weer terug.

Een kleine maand later werkten we in de nieuwe bakkerszaak. We mochten erin trekken gelijk na nieuwjaar. We gingen boven de winkel wonen. Luuk en zijn vrouw hielpen ons de eerste week nog. Daarna moesten we het echt zelf doen. En wat rook het hier heerlijk. De hele dag zwierf de geur van versgebakken broodjes, appeltaart en cake in mijn neus. Ik kpn het niet laten af en toe een croissantje te pakken of een stukje te pakken van de cake die in het mandje lag voor klanten. Om te proeven.

Jean roept mij geregeld naar achteren. Om te proeven. Jean houdt helemaal niet van zoetigheid. 'Ik vind het leuk om klaar te maken, maar ik lust het gewoon niet.' Dan riep hij mij en vroeg of ik het lekker vind. Dan doopte ik wat van het deeg in de chocolade, of nam een lepeltje van de chocolade. 'Is het lekker?' vroeg Jean dan. 'Heerlijk.' Dan nam ik nog een hapje, omdat het zo lekker proefde. Ook wanneer de bonbons klaar waren, kreeg ik dikwijls nog een exemplaar te proeven.

Ik had in eerste instantie niet in de gaten dat ik de hele dag aan het eten was. De broeken zaten strakker. Eerst dacht ik nog dat ik ze verkeerd gewassen had, maar toen merkte ik dat al mijn kleren te klein waren. Ik greep weer naar de kleren die ik met de zwangerschap droeg. De wijde broeken zaten na een kleine 2 maanden dat Jean de bakkerij had overgenomen als gegoten.

Ik besloot me maar eens te gaan wegen. '70 kilo' stond op de teller. Met mijn 1.70 meter zeker geen overgewicht, maar het begon nu wel wringen. 'Jean', riep ik naar de zaak. 'Ik moet wat minder proeven van jouw chocolade. Ik weeg weer evenveel als na de zwangerschap. En ik had dat er zo mooi afgelijnd verdorie.' Jean beaamde dat. 'Natuurlijk liefje, je doet gewoon wat rustiger aan. Minder snoepen. Ik zal je minder vragen om te proeven.'

Ik proefde minder, zette mezelf op een streng dieet. Soms beloonde Jean mij dan aan het einde van de dag. 'Je hebt de hele dag niet gesnoept', zei hij dan. 'Toe, je mag even proeven.' Hij zette mij een schaal met heerlijke roomsoesjes neer, overgoten met chocolade. Ik nam een hap, proefde de zoetigheid. Wat was dit ongelooflijk lekker. Het leek wel of alles nog beter smaakte als ik lijnde. Ik schrokte de schaal moet soesjes leeg en voelde hoe mijn maag hiernaar verlangd had.

Jean merkte dat de zaken een kleine maand later een beetje terugliepen. We moeten toch meer en betere zoetigheid aanbieden, vermoedde hij. Het brood loopt lekker, maar de mensen verwachten toch meer verschillende producten. Jean vroeg mij of ik wat dingen kon bedenken. We konden meer taarten aanbieden, dacht ik. En wat meer verschillende bonbons. Op de truffels raken ze uitgekeken. We moeten meer bonbons met verschillende vullingen proberen. Jean vroeg of ik meewilde naar een beurs. Daar konden we zien wat andere bakkers maakten. Ik moest mee om te proeven.

De enorme beurshal bestond uit een oneindige reeks banketbakkers die allemaal hun verschillende chocoladeproducten presenteerden. De chocoladebeurs, het was een ongelooflijk festijn, een walhalla voor mij. Het chocoladeparadijs op aarde. Jean draafde door de beurshal en vroeg of ik wilde proeven. 'Ik moet het rustig aan doen', zei ik hem. Het was onze enige vrije dag van de week en dan nam ik altijd een balansdag. 'Morgen hoef je niet meer te proeven', zei Jean.

Het eerste chocolaatje gleed mijn mond in en ik proefde de chocolade op mijn tong smelten. Wat was dit lekker. Hier kwam een ongelooflijk lekkere melange van chocolade los. Ik nam een ander bonbonnetje. Nog lekkerder. Er kwam geen einde meer aan al die smaken die loskwamen. Jean voerde me verder naar andere standhouders en gaf me het ene na het andere chocolaatje te eten. Welke ik het lekkerste vond. Hij nam van elk bonbonnetje minstens 2 exemplaren mee, om thuis te kunnen bekijken en voor mij om op een later moment te proeven.

Aan het einde van die dag stond ik op ploffen. Het leek of mijn buik op barsten stond. Ik wist dat de weegschaal een week eerder 5 kilo minder aangaf: 65 kilo. Maar een week van veel proeven van al die zoetigheden, had mij wel goedgedaan, maar mijn lichaam niet. Nu aan het einde van de beursdag stond mijn maag op springen. Mijn buik wees een flink eind naar voren, ik kon geen pap meer zeggen. Al die zoetigheid zwierf rond in mijn maag.

Ik kon amper vooruit komen en toen we in de auto zaten, vroeg Jean of ik nog iets wilde eten. Hij had honger. 'Ik wil iets hartigs', steunde ik. Hij parkeerde de auto bij McDonald's en gaf me een heerlijk bak met kipnuggets. Ook voerde hij me een grote milkshake en frietjes. Voordat ik er erg in had, was de suppersized portie weggewerkt. Mijn buik stond bolgespannen en ik moest de knoop van mijn broek opendoen. Toen ik in de auto zat, voelde ik mijn dikke buik. Het leek wel of ik weer zwanger was, maar het was allemaal gevuld met chocolade.


Lees deel 2: Marsepein proeven »

Geen opmerkingen:

Een reactie posten